– Rb. Amsterdam 13-10-2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:6630NJF 2017/16

 

Een klant verzoekt de rechter om ING Bank te veroordelen tot de verwijdering van een negatieve BKR-registratie. Deze registratie had betrekking op een betalingsachterstand van hypotheeklasten die ten tijden van deze registratie al reeds was afbetaald. Al eerder had een voorzieningenrechter het oordeel geveld dat een code drie registratie verwijdert moest worden. Deze werdt vervangen door een code twee. hierbij staat een code twee voor een openbare registratie waarbij de kredietverstrekker aangeeft betalingsachterstanden te hebben opgeëist. code drie geeft aan dat de kredietverstrekker een bedrag van 250 euro of meer heeft moeten afboeken. De betreffende betalingsachterstand was ten tijde van deze uitspraak al bijna een jaar ingehaald. De klant was van mening dat de registratie niet in verhouding stond tot de gevolgen die hij met zich mee zou brengen. De bank was van mening zij een maatschappelijk verantwoorde dienstverlening op financieel gebied dienen te waarborgen. dit is immers het doel van de BKR-registratie. De rechter oordeelt dat er in de afweging van ING onvoldoende is rekening gehouden van de belangen van de klant. Hij oordeelt dat de registratie onevenredig is in verhouding tot de gevolgen die de klant hieraan zal ondervinden. De rechter wijst verzoek van de klant dan ook toe.