Hof Amsterdam 29 maart 2016 ECLI:NL:GHAMS:2016:1187, Prg 2016/128

Een schuldenares kon door een nadelige BRK-registratie geen hypothecaire lening krijgen. De BKR-registratie betrof een code drie registratie waarbij de kredietverstrekker een bedrag van €250.- of meer heeft moeten afboeken. Deze was afkomstig van een lening die de schuldenares had afgesloten met de kredietverstrekker. Van dit krediet is de rente betaalt. Echter was de schuldenares niet in staat de aflossing te voldoen. uiteindelijk is het krediet afgekocht door finale kwijting waarbij er een afkoopsom werdt  betaald. Het totale kwijtgescholden bedrag bedroeg ruim €14’000.-. Het verzoek van de schuldenares aan de kredietverlener om de registratie te laten verwijderen werdt geweigerd.

In eerste aanleg heeft de voorzieningenrechter overwogen dat de belangenafweging met betrekking tot de registratie van de schuldenares in het voordeel van de schuldenares dient uit te vallen. Hierbij werdt gelet op het de doel van de registratie, waarbij de consument beschermt moet worden tegen een onverantwoord hoge schuldenlast. De schuldenares had hierbij voldoende aannemelijk gemaakt dat zij zich als goed schuldenares (in de zin van art. 6:2 BW) heeft gedragen. In hoger beroep oordeelt het hof dat de hoogte van de restschuld niet opweegt de gevolgen van de registratie en het belang van de schuldenares hierbij.